Aan de slag met de Omgevingswet - Strukton Milieutechniek

Vanaf juli 2023 verwachten we dat de Omgevingswet wordt ingevoerd. Dit zal ervoor zorgen dat de bodemregelgeving op zijn kop gaat. Geen Wet bodembescherming meer, meer lokale beleidsvrijheid, versnipperde regelgeving etc. Dit heeft direct invloed op onze certificering, onderzoek, advies, (zorgplicht)saneringsuitvoering. De kracht van Strukton Milieutechniek ligt in de samenwerking en kennisdeling tussen de ‘driepoot’ IM-Advies-Realisatie. Om deze reden hebben we het initiatief genomen om een korte stelling over de verandering over bodem in de Omgevingswet toe te lichten vanuit praktisch oogpunt.

Wist je dat in de Omgevingswet…

  1. De regels worden gesteld op basis van aangewezen ‘milieubelastende activiteiten’
  2. De saneringsmaatregelen niet meer bepaald worden op basis van wel of geen geval van ernstige bodemverontreiniging
  3. Saneringsplannen komen te vervallen
  4. Bij de activiteit ‘saneren van de bodem’ twee standaard saneringsaanpakken zijn voorgeschreven
  5. De gemeente voor de meeste milieubelastende activiteiten bevoegd gezag is
  6. De interventiewaarden grond en het volumecriterium van 25m³ in de omgevingswet anders wordt gebruikt dan in de Wbb
  7. Grondwatersanering geen aangewezen milieubelastende activiteit is waarvoor het Rijk regels heeft opgesteld
  8. De gemeente zelf regels mag opstellen of zelfs van Rijksregels mag afwijken
  9. Zowel de ontgraving van grond én de toepassing van grond voor aanvang moet worden gemeld
  10. In oktober definitief wordt besloten of de wet op 1 januari 2023 in werking treedt
  11. Er een onderzoeksplicht is opgenomen voorafgaand aan het graven in de bodem
  12. Er nieuwe 6000 en 7000 protocollen bij komen
  13. De regels voor grondverzet als volgt worden samengevat
  14. Het zorgplicht artikel uit de Wbb (artikel 13) in de Omgevingswet in wel meer dan 5 artikelen is opgenomen
  15. Er steeds meer twijfel ontstaat of invoering per 1 januari 2023 verantwoord is
  16. De invoering is uitgesteld naar 1 juli 2023

Wist je dat in de Omgevingswet, de regels worden gesteld op basis van aangewezen ‘milieubelastende activiteiten’

Het Besluit activiteiten leefomgeving (BAL) en het aanvullingsbesluit Bodem benoemen milieubelastende activiteiten. Per activiteit worden regels gesteld (o.a. uitgewerkt in de aanvullingsregeling Bodem)

De volgende bodem gerelateerde milieubelastende activiteiten zijn o.a. aangewezen:
– Graven in bodem met een kwaliteit onder de interventiewaarde (meer dan 25m³)
– Graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde (meer dan 25m³)
– Saneren van de bodem (maar niet saneren van grondwater en/of waterbodem)
– Opslaan, zeven, mechanisch ontwateren en samenvoegen van grond en baggerspecie
– Toepassen van bouwstoffen
– Toepassen van grond of baggerspecie
– Toepassen van mijnsteen

Per activiteit zijn de meldingsplichten, algemene regels en voorwaarden beschreven.

Wist je dat in de Omgevingswet, de saneringsmaatregelen niet meer bepaald worden op basis van wel of geen geval van ernstige bodemverontreiniging

In de Wet bodembescherming was bij een geval van ernstige bodemverontreiniging (25m³ sterk verontreinigde grond en 100m³ verontreinigd grondwater) sprake van een saneringsnoodzaak. Ongeacht de omvang van de ontgraving was in dergelijk geval sprake van saneringsmaatregelen als je in de grond gaat graven. In de Omgevingswet is deze gevalsdefinitie komen te vervallen. De (sanerings)maatregelen worden bepaald op basis van de omvang van de (milieubelastende) activiteit en de kwaliteit van de grond. Er worden de volgende milieubelastende activiteiten aangewezen waarvoor saneringsmaatregelen gelden (certificeringeisen, meldingsplicht):

– Ontgraven van >25m³ grond met een kwaliteit boven de interventiewaarden gelden saneringsmaatregelen (BRL, melding etc).
– Het saneren van de bodem vanuit het oogpunt een kwaliteitsverbetering te realiseren/risico’s weg te nemen.

Bij ontgraven van >25m³ grond met een kwaliteit onder de interventiewaarde geldt wel een meldingsplicht maar geen certificeringseisen.

Voor gevallen van bodemverontreiniging waar reeds een spoedeisende beschikking op is afgegeven of een saneringsplan of BUS melding is goedgekeurd onder het oude Wbb kader kan ook in de toekomst nog onder de ‘oude’ Wbb regels gesaneerd worden.

Wist je dat in de Omgevingswet, saneringsplannen komen te vervallen

Het uitvoeren van milieubelastende activiteiten (zoals graven in sterk verontreinigde grond of saneren van de bodem) moeten worden uitgevoerd volgens algemene regels en/of door de gemeente in het omgevingsplan vastgestelde lokale regels.

Er bestaat nog wel een mogelijkheid om van deze algemene en lokale regels af te wijken. In dat geval moet een maatwerkvoorschrift worden aangevraagd bij de gemeente. Welke informatie aangeleverd moet worden voor de aanvraag en onderbouwing van een maatwerkvoorschrift is nog onbekend. In praktijk verwachten we dat voor de aanvraag van een dergelijk maatwerkvoorschrift ook een soort van (beknopt)saneringsplan overlegd zal moeten worden. De gemeente moet dit maatwerkvoorschrift namelijk toetsen op basis van de in het besluit kwaliteit leefomgeving vastgestelde afwegingscriteria. Dit zijn vrij algemeen geformuleerde milieubeschermende criteria en kwaliteitsdoelstellingen die iedere gemeente zelf kan invullen. Dit maakt het voor ons dus op voorhand vrij onvoorspelbaar of een saneringsaanpak via een maatwerkvoorschrift mogelijk zal zijn. De procedure voor een maatwerkvoorschrift bedraagt maximaal 8 weken met mogelijkheden tot verlenging, beroep en bezwaar. Echt maatwerk dus!

Wist je dat in de Omgevingswet, bij de activiteit ‘saneren van de bodem’ twee standaard saneringsaanpakken zijn voorgeschreven

In het BAL (Besluit activiteiten leefomgeving) zijn voor de activiteit saneren van de bodem twee mogelijke saneringsdoelstellingen voorgeschreven:

  1. Aanbrengen afdeklaag (duurzame afdeklaag of leeflaag van 1,0m dik). Herschikken is mogelijk onder de afdeklaag.
  2. Ontgraven tot de bodemfunctieklasse natuur, wonen of industrie.

Bij vluchtige verbindingen met kans op uitdampen in een gebouw moeten ook een dampdichtlaag of ventilatievoorzieningen worden aangebracht.

De gemeente kan in afwijking op de regels uit het BAL in haar omgevingsplan nog wel lokale maatwerkregels stellen, waaronder afwijkende saneringsdoelstellingen op gemeentelijk niveau kunnen zijn vastgesteld.

Opm. Tijdelijke uitplaatsing is dus niet als sanering aangemerkt (zoals nu wel is). TUP valt onder de milieubelastende activiteit ‘graven in de bodem’ en niet als activiteit ‘sanering’. Afhankelijk van omvang van de TUP en kwaliteit van de grond worden de van toepassing zijnde regels bepaald (zoals BRL7000 en 6000 begeleiding).

Nieuwe verontreinigingen vallen onder de zorgplichtartikelen waarbij bodemherstel het uitgangspunt voor de saneringsdoelstelling blijft.

Wist je dat in de Omgevingswet, de gemeente voor de meeste milieubelastende activiteiten bevoegd gezag is

In hoofdstuk 2 van het BAL zijn de bevoegdheden verwoord. De bevoegdheden voor vrijwel alle milieubelastende activiteiten liggen bij de gemeenten. Enkele uitzonderingen zijn lozing op oppervlaktewater (waterschap), bodemenergiesystemen (provincie) en ministeries voor Rijkswateren, defensieterreinen en mijnbouw.

Voor de zorgplichtsaneringen, graaf activiteiten en saneringsactiviteiten ligt de bevoegdheid dus bij de gemeente.

Wist je dat in de Omgevingswet, de interventiewaarden grond en het volumecriterium van 25m³ in de omgevingswet anders wordt gebruikt dan in de Wbb

In de Wbb hadden de interventiewaarden tot doel om te bepalen of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De interventiewaarden werden in samenhang met de omvang (25m³ verontreiniging boven I waarde) beschouwd.

In de Omgevingswet zijn de interventiewaarden grond voor twee doeleinden opgenomen, namelijk;

  1. Het vaststellen of sprake is van een ‘milieubelastende activiteit’. Het BAL maakt onderscheid in graven in grond met een kwaliteit boven of onder de interventiewaarden. Het gaat hierbij om ontgravingen van meer dan 25m³ (dus omvang ontgraving is bepalend en niet omvang verontreiniging).
  2. Om de bodemgeschiktheid bij een bouwvergunning van een bodemgevoelig gebouw te toetsen, moet de gemeente lokale toetsingswaarden in het omgevingsplan opnemen. Zolang zij dit niet hebben gedaan gelden de interventiewaarden en het volumecriterium van 25m³ (bij asbest geen volumecriterium) zoals dat in de Wbb werd gehanteerd als toetsingsnorm. De lokale toetsingswaarden die de gemeente kan vaststellen voor een bouwvergunningstoets mogen de MTR humaan waarden (maximaal toelaatbare humane risiconorm) niet overschrijden.

PS De interventiewaarden voor grondwater zijn niet meer opgenomen in de Omgevingswet. Hierover later meer…

Wist je dat in de Omgevingswet, grondwatersanering geen aangewezen milieubelastende activiteit is waarvoor het Rijk regels heeft opgesteld

De gemeente is bevoegd gezag voor de uitvoering van bodem belastende activiteiten zoals ‘saneren van de bodem’. Het uitvoeren van een grondwatersanering valt niet onder de milieubelastende activiteit ‘saneren van de bodem’.

De interventiewaarden voor grondwater zijn vervallen. De in het BAL (besluit activiteiten leefomgeving) vastgelegde interventiewaarden betreffen alleen de interventiewaarden voor grond. Interventiewaarden voor grondwater zijn niet meer opgenomen in de Rijksregels. Het beheer van de grondwaterkwaliteit ligt bij de provincie.

De provincie moet dus zelf invulling geven aan het grondwaterkwaliteitsbeheer. De provincie kan via instructieregels in de omgevingsplannen van de gemeente regels laten opnemen voor grondwaterkwaliteitsbeheer en de aanpak van grondwaterverontreinigingen.

Wist je dat in de Omgevingswet, de gemeente zelf regels mag opstellen of zelfs van Rijksregels mag afwijken

In het BAL zijn milieubelastende activiteiten aangewezen waarvoor door het Rijk regels zijn vastgesteld. De gemeente mag deze regels aanpassen (tenzij dit expliciet is verboden). Ook mag de gemeente regels stellen aan activiteiten die niet zijn aangewezen als milieubelastende activiteit.

Aanvullende regels en/of wijziging van regels dient wel gemotiveerd te worden en te passen binnen de beoogde doelstelling van de wet.

Een aantal voorschriften mag een gemeente niet aanpassen, zoals:

  • Aanwijzen van een milieubelastende activiteit (hierdoor kunnen ze ook de interventiewaarde niet aanpassen, aangezien die gekoppeld is aan de MBA);
  • Voorgeschreven meldingen;
  • Kwalibo eisen.

De gemeente kan dus wel eigen normen vaststellen voor afgeven van een bouwvergunning op verontreinigde grond, hergebruik van grond, kleinschalige graafwerkzaamheden in verontreinigde grond, saneringsdoelstellingen etc..

Al deze lokale regels moeten in het omgevingsplan worden vastgesteld. Als aannemer/adviesbureau wordt het dus erg lastig om in algemene zin te adviseren aangezien de regels overal verschillend kunnen zijn.

Wist je dat in de Omgevingswet, zowel de ontgraving van grond én de toepassing van grond voor aanvang moet worden gemeld

In het BAL is ontgraving van grond (ook indien <1) in een omvang van meer dan 25m³ als milieubelastende activiteit aangemerkt. De activiteit moet 5 dagen voor aanvang gemeld worden. Als er sterk verontreinigde grond wordt ontgraven is de meldingstermijn 4 weken en bij tijdelijke uitplaatsing 5 dagen (bij BUS was dat respectievelijk 5 weken en 5 dagen).

Het toepassen van grond is in het BAL ook aangemerkt als milieubelastende activiteit. De toepassing dient 5 dagen van tevoren te worden gemeld. Toepassen van grond uit een BRL7500 grondreiniger (bv. thermisch gereinigd zand) geld een meldingstermijn van 4 weken. Toepassing van schone grond in een hoeveelheid van <50m³ hoeft niet gemeld te worden.

Voorheen was er vanuit BBK of Wbb geen meldingsplicht voor het ontgraven van schone en licht verontreinigde grond. Melding vond alleen plaats bij een sanering conform BUS of saneringsplan (art28 wbb). Bij toepassing van gereinigde grond is ten opzichte van het BBK de meldingstermijn verlgend van 5 dagen naar 4 weken.

Wist je dat in de Omgevingswet, in oktober definitief wordt besloten of de wet op 1 januari 2023 in werking treedt

Of de Omgevingswet per 1 januari 2023 wordt ingevoerd, wordt op zijn vroegst- en laatst in oktober duidelijk. Dan oordeelt de eerste Kamer of de invoeringsdatum al dan niet verantwoord is. Minister De Jonge heeft dit go-or-no-go moment afgesproken in een mondeling debat met de eerste Kamer.

Wist je dat in de Omgevingswet, er een onderzoeksplicht is opgenomen voorafgaand aan het graven in de bodem

In het BAL is de verplichting opgenomen om voorafgaand aan de milieubelastende activiteit graven en saneren een bodemonderzoek uit te voeren. Dit onderzoek betreft minimaal een vooronderzoek (NEN5725). Als de locatie verdacht blijkt is ook een verkennend bodemonderzoek (NEN5740 en/of NEN5707) voorgeschreven. De gemeente kan op lokaal niveau wel afwijken van de in het BAL voorgeschreven onderzoeksinspanningen (bv met eigen onderzoeksprotocollen).

In de Wbb was deze onderzoeksplicht niet expliciet voorgeschreven. Opgemerkt wordt dat vanuit de Arbowet ook een onderzoeksplicht is voorgeschreven om de arborisico’s bij graven in de grond te inventariseren. Dit is nader uitgewerkt in de CROW400 en komt overeen met de onderzoeksinspanning zoals opgenomen in het BAL. De onderzoeksplicht is nu dus zowel in de milieu als in de Arbowetgeving voorgeschreven.

Een klein verschil is wel dat de onderzoeksplicht in de Omgevingswet is gekoppeld aan de milieubelastende activiteit graven in een omgvang van meer dan 25m³. De Arbowet en de CROW400 kent geen volumecriterium om de (arbo)risico’s voor graven in de grond vast te stellen middels onderzoek.

Wist je dat in de Omgevingswet, er nieuwe 6000 en 7000 protocollen bij komen

Voor de activiteiten die onder de Omgevingswet worden uitgevoerd:

  • graven in sterk verontreinigde bodem (>25m³);
  • saneren van de bodem;
  • saneren van de bodem in het kader van zorgplicht;

geldt een erkenningsplicht die onder de nieuwe protocollen 6005 (conventioneel) en 6006 (in-situ technieken) en 7005 (conventioneel) en 7006 (in-situ) moeten worden uitgevoerd. Voor sanering van de waterbodem worden protocollen 6003 en 7003 aangepast.

De huidige protocollen 6001 en 6002 en 7001, 7002 en 7004 zijn alleen nog van toepassing op saneringen die onder het overgangsrecht van de Wet bodembescherming vallen (locaties waar al een beschikken op is afgegeven).

Wist je dat in de Omgevingswet, de regels voor grondverzet als volgt worden samengevat

In onderstaand overzicht is een samenvatting gegeven van de regels zoals ze in het BAL (Besluiten Activiteiten Leefomgeving) zijn opgenomen.

De verwijzing naar de bruidssschatregels heeft betrekking op locaties waar al een beschikking op grond van de Wbb is genomen en hierdoor de ‘oude’ regels uit de Wbb van kracht blijven.

Regels grondverzet samenvatting

Wist je dat in de Omgevingswet, het zorgplicht artikel uit de Wbb (art13) in de Omgevingswet in wel meer dan 5 artikelen is opgenomen

Artikel 13 Wbb is in de Omgevingswet omgezet in de volgende artikelen:

  • Algemene zorgplicht Omgevingswet (art 1.6 & 1.7)
  • Ongewoon voorval (hoofdstuk 19 Omgevingswet)
  • Specifieke zorgplicht Besluit activiteiten leefomgeving (artikel 2.11 en H19 Omgevingswet)
  • Vangnetbepaling Omgevingswet (art 1.7a)
  • Omgevingsplannen van de gemeente waarin de gemeenten nog zelf aanscherpende regels kunnen stellen

In beginsel komt de aanpak op hetzelfde neer. Meldinsplicht en maatregelen nemen om gevolgen ongedaan te maken met een redelijkheidsprincipe.

Dit is het resultaat als een overheid een vereenvoudiging van bestaande regelgeving gaat maken.

Wist je dat in de Omgevingswet, er steeds meer twijfel ontstaat of invoering per 1 januari 2023 verantwoord is

De eerste kamer en Minister de Jonge hebben 1 juni besloten dat het voornemen is om de Omgevingswet per 1 januari 2023 in te voeren. Op 1 november zal door de eerste kamer een definitief besluit worden genomen. Formeel staat de datum van 1 januari dus nog. Maar er beginnen wat tegengeluiden te komen.

Wat zijn de belemmeringen voor invoering 1 januari? Het DSO (digitaalstelsel omgevingswet) is de toegangspoort voor de gebruiker. In het DSO moeten alle landelijke en lokale regelingen, bestemmingsplannen etc. worden ingevoerd. De gebruiker meldt zijn activiteit in het DSO en krijgt dan vanzelf de (lokale) eisen en voorwaarden te zien. Dit systeem wordt momenteel getoetst (project IKT Indringend keten testen). Nu blijkt dat het systeem op nogal wat fronten hapert.

Uit een recente enquête onder bevoegde gezagen is gebleken dat het merendeel van de ambtenaren aangeeft niet klaar te zijn voor de invoering en dat de invoering zal resulteren in een sterk ontregelde dienstverlening, waardoor vertragingen in bouw- en ontwikkelingsprojecten gaan ontstaan. Bij een niet soepel werkend DSO zullen veel vragen bij de gemeente binnen komen, die niet de (personele) capaciteit heeft om deze te beantwoorden.

Wist je dat de Omgevingswet, is uitgesteld naar 1 juli 2023

Minister de Jonge heeft 14 oktober jl. een brief gestuurd naar de eerste kamer met de mededeling dat hij het invoeringsbesluit van 1 januari 2023 in trekt en een nieuw Besluit voor 1 juli 2023 gaat opstellen.

In de brief geeft de minister aan drie scenario’s te hebben afgewogen, namelijk:
– invoering 1 jan 2023
– uitstel met beperkte periode
– volledige herziening digitaal stelsel

Op basis van deze afweging is ervoor gekozen voor de optie uitstel tot 1 juli 2023.

Meer informatie over de Omgevingswet?

Coen Aarts

Manager Onderzoek & Advies


0614996326