Aan de slag met de Omgevingswet - Strukton Milieutechniek

Vanaf januari 2023 verwachten we dat de Omgevingswet wordt ingevoerd. Dit zal ervoor zorgen dat de bodemregelgeving op zijn kop gaat. Geen Wet bodembescherming meer, meer lokale beleidsvrijheid, versnipperde regelgeving etc. Dit heeft direct invloed op onze certificering, onderzoek, advies, (zorgplicht)saneringsuitvoering. De kracht van Strukton Milieutechniek ligt in de samenwerking en kennisdeling tussen de ‘driepoot’ IM-Advies-Realisatie. Om deze reden hebben wij het initiatief genomen om een korte stelling over de verandering over bodem in de Omgevingswet toe te lichten vanuit praktisch oogpunt.

Wist je dat in de Omgevingswet…

  1. De regels worden gesteld op basis van aangewezen ‘milieubelastende activiteiten’
  2. De saneringsmaatregelen niet meer bepaald worden op basis van wel of geen geval van ernstige bodemverontreiniging
  3. Saneringsplannen komen te vervallen
  4. Bij de activiteit ‘saneren van de bodem’ twee standaard saneringsaanpakken zijn voorgeschreven
  5. De gemeente voor de meeste milieubelastende activiteiten bevoegd gezag is
  6. De interventiewaarden grond en het volumecriterium van 25m³ in de omgevingswet anders wordt gebruikt dan in de Wbb
  7. Grondwatersanering geen aangewezen milieubelastende activiteit is waarvoor het Rijk regels heeft opgesteld
  8. De gemeente zelf regels mag opstellen of zelfs van Rijksregels mag afwijken
  9. Zowel de ontgraving van grond én de toepassing van grond voor aanvang moet worden gemeld

Wist je dat in de Omgevingswet, de regels worden gesteld op basis van aangewezen ‘milieubelastende activiteiten’

Het Besluit activiteiten leefomgeving (BAL) en het aanvullingsbesluit Bodem benoemen milieubelastende activiteiten. Per activiteit worden regels gesteld (o.a. uitgewerkt in de aanvullingsregeling Bodem)

De volgende bodem gerelateerde milieubelastende activiteiten zijn o.a. aangewezen:
– Graven in bodem met een kwaliteit onder de interventiewaarde (meer dan 25m³)
– Graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde (meer dan 25m³)
– Saneren van de bodem (maar niet saneren van grondwater en/of waterbodem)
– Opslaan, zeven, mechanisch ontwateren en samenvoegen van grond en baggerspecie
– Toepassen van bouwstoffen
– Toepassen van grond of baggerspecie
– Toepassen van mijnsteen

Per activiteit zijn de meldingsplichten, algemene regels en voorwaarden beschreven.

Wist je dat in de Omgevingswet, de saneringsmaatregelen niet meer bepaald worden op basis van wel of geen geval van ernstige bodemverontreiniging

In de Wet bodembescherming was bij een geval van ernstige bodemverontreiniging (25m³ sterk verontreinigde grond en 100m³ verontreinigd grondwater) sprake van een saneringsnoodzaak. Ongeacht de omvang van de ontgraving was in dergelijk geval sprake van saneringsmaatregelen als je in de grond gaat graven. In de Omgevingswet is deze gevalsdefinitie komen te vervallen. De (sanerings)maatregelen worden bepaald op basis van de omvang van de (milieubelastende) activiteit en de kwaliteit van de grond. Er worden de volgende milieubelastende activiteiten aangewezen waarvoor saneringsmaatregelen gelden (certificeringeisen, meldingsplicht):

– Ontgraven van >25m³ grond met een kwaliteit boven de interventiewaarden gelden saneringsmaatregelen (BRL, melding etc).
– Het saneren van de bodem vanuit het oogpunt een kwaliteitsverbetering te realiseren/risico’s weg te nemen.

Bij ontgraven van >25m³ grond met een kwaliteit onder de interventiewaarde geldt wel een meldingsplicht maar geen certificeringseisen.

Voor gevallen van bodemverontreiniging waar reeds een spoedeisende beschikking op is afgegeven of een saneringsplan of BUS melding is goedgekeurd onder het oude Wbb kader kan ook in de toekomst nog onder de ‘oude’ Wbb regels gesaneerd worden.

Wist je dat in de Omgevingswet, saneringsplannen komen te vervallen

Het uitvoeren van milieubelastende activiteiten (zoals graven in sterk verontreinigde grond of saneren van de bodem) moeten worden uitgevoerd volgens algemene regels en/of door de gemeente in het omgevingsplan vastgestelde lokale regels.

Er bestaat nog wel een mogelijkheid om van deze algemene en lokale regels af te wijken. In dat geval moet een maatwerkvoorschrift worden aangevraagd bij de gemeente. Welke informatie aangeleverd moet worden voor de aanvraag en onderbouwing van een maatwerkvoorschrift is nog onbekend. In praktijk verwachten we dat voor de aanvraag van een dergelijk maatwerkvoorschrift ook een soort van (beknopt)saneringsplan overlegd zal moeten worden. De gemeente moet dit maatwerkvoorschrift namelijk toetsen op basis van de in het besluit kwaliteit leefomgeving vastgestelde afwegingscriteria. Dit zijn vrij algemeen geformuleerde milieubeschermende criteria en kwaliteitsdoelstellingen die iedere gemeente zelf kan invullen. Dit maakt het voor ons dus op voorhand vrij onvoorspelbaar of een saneringsaanpak via een maatwerkvoorschrift mogelijk zal zijn. De procedure voor een maatwerkvoorschrift bedraagt maximaal 8 weken met mogelijkheden tot verlenging, beroep en bezwaar. Echt maatwerk dus!

Wist je dat in de Omgevingswet, bij de activiteit ‘saneren van de bodem’ twee standaard saneringsaanpakken zijn voorgeschreven

In het BAL (Besluit activiteiten leefomgeving) zijn voor de activiteit saneren van de bodem twee mogelijke saneringsdoelstellingen voorgeschreven:

  1. Aanbrengen afdeklaag (duurzame afdeklaag of leeflaag van 1,0m dik). Herschikken is mogelijk onder de afdeklaag.
  2. Ontgraven tot de bodemfunctieklasse natuur, wonen of industrie.

Bij vluchtige verbindingen met kans op uitdampen in een gebouw moeten ook een dampdichtlaag of ventilatievoorzieningen worden aangebracht.

De gemeente kan in afwijking op de regels uit het BAL in haar omgevingsplan nog wel lokale maatwerkregels stellen, waaronder afwijkende saneringsdoelstellingen op gemeentelijk niveau kunnen zijn vastgesteld.

Opm. Tijdelijke uitplaatsing is dus niet als sanering aangemerkt (zoals nu wel is). TUP valt onder de milieubelastende activiteit ‘graven in de bodem’ en niet als activiteit ‘sanering’. Afhankelijk van omvang van de TUP en kwaliteit van de grond worden de van toepassing zijnde regels bepaald (zoals BRL7000 en 6000 begeleiding).

Nieuwe verontreinigingen vallen onder de zorgplichtartikelen waarbij bodemherstel het uitgangspunt voor de saneringsdoelstelling blijft.

Wist je dat in de Omgevingswet, de gemeente voor de meeste milieubelastende activiteiten bevoegd gezag is

In hoofdstuk 2 van het BAL zijn de bevoegdheden verwoord. De bevoegdheden voor vrijwel alle milieubelastende activiteiten liggen bij de gemeenten. Enkele uitzonderingen zijn lozing op oppervlaktewater (waterschap), bodemenergiesystemen (provincie) en ministeries voor Rijkswateren, defensieterreinen en mijnbouw.

Voor de zorgplichtsaneringen, graaf activiteiten en saneringsactiviteiten ligt de bevoegdheid dus bij de gemeente.

Wist je dat in de Omgevingswet, de interventiewaarden grond en het volumecriterium van 25m³ in de omgevingswet anders wordt gebruikt dan in de Wbb

In de Wbb hadden de interventiewaarden tot doel om te bepalen of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De interventiewaarden werden in samenhang met de omvang (25m³ verontreiniging boven I waarde) beschouwd.

In de Omgevingswet zijn de interventiewaarden grond voor twee doeleinden opgenomen, namelijk;

  1. Het vaststellen of sprake is van een ‘milieubelastende activiteit’. Het BAL maakt onderscheid in graven in grond met een kwaliteit boven of onder de interventiewaarden. Het gaat hierbij om ontgravingen van meer dan 25m³ (dus omvang ontgraving is bepalend en niet omvang verontreiniging).
  2. Om de bodemgeschiktheid bij een bouwvergunning van een bodemgevoelig gebouw te toetsen, moet de gemeente lokale toetsingswaarden in het omgevingsplan opnemen. Zolang zij dit niet hebben gedaan gelden de interventiewaarden en het volumecriterium van 25m³ (bij asbest geen volumecriterium) zoals dat in de Wbb werd gehanteerd als toetsingsnorm. De lokale toetsingswaarden die de gemeente kan vaststellen voor een bouwvergunningstoets mogen de MTR humaan waarden (maximaal toelaatbare humane risiconorm) niet overschrijden.

PS De interventiewaarden voor grondwater zijn niet meer opgenomen in de Omgevingswet. Hierover later meer…

Wist je dat in de Omgevingswet, grondwatersanering geen aangewezen milieubelastende activiteit is waarvoor het Rijk regels heeft opgesteld

De gemeente is bevoegd gezag voor de uitvoering van bodem belastende activiteiten zoals ‘saneren van de bodem’. Het uitvoeren van een grondwatersanering valt niet onder de milieubelastende activiteit ‘saneren van de bodem’.

De interventiewaarden voor grondwater zijn vervallen. De in het BAL (besluit activiteiten leefomgeving) vastgelegde interventiewaarden betreffen alleen de interventiewaarden voor grond. Interventiewaarden voor grondwater zijn niet meer opgenomen in de Rijksregels. Het beheer van de grondwaterkwaliteit ligt bij de provincie.

De provincie moet dus zelf invulling geven aan het grondwaterkwaliteitsbeheer. De provincie kan via instructieregels in de omgevingsplannen van de gemeente regels laten opnemen voor grondwaterkwaliteitsbeheer en de aanpak van grondwaterverontreinigingen.

Wist je dat in de Omgevingswet, de gemeente zelf regels mag opstellen of zelfs van Rijksregels mag afwijken

In het BAL zijn milieubelastende activiteiten aangewezen waarvoor door het Rijk regels zijn vastgesteld. De gemeente mag deze regels aanpassen (tenzij dit expliciet is verboden). Ook mag de gemeente regels stellen aan activiteiten die niet zijn aangewezen als milieubelastende activiteit.

Aanvullende regels en/of wijziging van regels dient wel gemotiveerd te worden en te passen binnen de beoogde doelstelling van de wet.

Een aantal voorschriften mag een gemeente niet aanpassen, zoals:

  • Aanwijzen van een milieubelastende activiteit (hierdoor kunnen ze ook de interventiewaarde niet aanpassen, aangezien die gekoppeld is aan de MBA);
  • Voorgeschreven meldingen;
  • Kwalibo eisen.

De gemeente kan dus wel eigen normen vaststellen voor afgeven van een bouwvergunning op verontreinigde grond, hergebruik van grond, kleinschalige graafwerkzaamheden in verontreinigde grond, saneringsdoelstellingen etc..

Al deze lokale regels moeten in het omgevingsplan worden vastgesteld. Als aannemer/adviesbureau wordt het dus erg lastig om in algemene zin te adviseren aangezien de regels overal verschillend kunnen zijn.

Wist je dat de omgevingswet, zowel de ontgraving van grond én de toepassing van grond voor aanvang moet worden gemeld

In het BAL is ontgraving van grond (ook indien <1) in een omvang van meer dan 25m³ als milieubelastende activiteit aangemerkt. De activiteit moet 5 dagen voor aanvang gemeld worden. Als er sterk verontreinigde grond wordt ontgraven is de meldingstermijn 4 weken en bij tijdelijke uitplaatsing 5 dagen (bij BUS was dat respectievelijk 5 weken en 5 dagen).

Het toepassen van grond is in het BAL ook aangemerkt als milieubelastende activiteit. De toepassing dient 5 dagen van tevoren te worden gemeld. Toepassen van grond uit een BRL7500 grondreiniger (bv. thermisch gereinigd zand) geld een meldingstermijn van 4 weken. Toepassing van schone grond in een hoeveelheid van <50m³ hoeft niet gemeld te worden.

Voorheen was er vanuit BBK of Wbb geen meldingsplicht voor het ontgraven van schone en licht verontreinigde grond. Melding vond alleen plaats bij een sanering conform BUS of saneringsplan (art28 wbb). Bij toepassing van gereinigde grond is ten opzichte van het BBK de meldingstermijn verlgend van 5 dagen naar 4 weken.

Meer informatie over de Omgevingswet?

Coen Aarts

Manager Onderzoek & Advies


0614996326